| |
Commerciëel
 (Silvano N x Cocktail x Rubinstein)
Vervolg artikel IdS:
Als Emmy gevraagd wordt naar welke merries naast O. Esther voor haar fokkerij de meest waardevolle zijn, aarzelt ze niet om als eerste de Rubinstein-merrie Mandolina te noemen. “We kochten die merrie in 1998 op de veiling in Vechta, hoogdrachtig van Cocktail. Uit haar hebben we met behulp van Contango de merrie Tango de Jeu gefokt waaruit de kampioene van Sleen is voortgekomen Wench de Jeu. Dit is een heel andere lijn dan die van Sisther. Deze lijn kenmerkt zich door de rittigkeit, werkwilligheid en vriendelijkheid, maar daarbij toch ook een vorm van heetheid. Goffe-Nil: “De paarden uit deze lijn zijn denk ik paarden die geschikt zijn voor iedere ruiter. Deze paarden kun je máken zodat je zegt ‘wauw’, maar de gewone ruiter kan ze voor zichzelf gewoon lekker braaf en vriendelijk aan het werk houden. Dat is een zeer prettige eigenschap. Deze lijn geeft echt heel commerciële paarden.” Emmy: “Uit deze lijn hebben we een aantal paarden aangehouden om te proberen daar zover mogelijk mee te komen. Wij zijn natuurlijk nog maar heel kort bezig. We hebben nog geen paarden doorgereden tot een jaar of tien, dus we weten nog niet hoe het uitpakt.” Naast de lijnen van Esther en Mandolina heeft Emmy nog twee Sandro Hit-merries uit de stam van Don Schufro en Don Primero. Goffe-Nil: “Ook paarden met super karakters. Als je vraagt waar we de merries op selecteren dan is dat denk ik wel karakter, hardheid, beweging én, het belangrijkste, de merriestam.” Emmy:”En een goed karakter is bij ons niet hetzelfde als een sof karakter, maar wel eerlijk. Bij de hengsten kijken we daar ook naar en tot nu toe pakt dat heel goed uit. Ik kan me in ieder geval niet herinneren dat we de afgelopen vijf jaar een naar paard gefokt hebben.” Eén en ander betekent dat Emmy niet altijd de paarden fokt die voldoen aan het ideaalplaatje dat de juryleden op keuringen voor ogen hebben. “Dat is de eeuwige sparring die er bestaat tussen fokkerij en sport. Ik wil een goed sportpaard fokken. Ik denk dat dat, commercieel gezien om de boel hier gaande te houden, de beste weg is. En dat gaat niet altijd samen met wat keurmeesters willen zien.” Goffe-Nil: “Daar hebben we hier natuurlijk een paar leuke voorbeelden van lopen. De Contango-merrie bijvoorbeeld, de moeder van Wench, is geen keur of ster. Zal ze ook nooit worden. Daar kunnen we ons volledig in vinden, maar als je kijkt wat voor veulens ze gebracht heeft, dat is echt geweldig. Wij geloven in ‘de stam’ en niet in de individuele fokmerrie. Een kwaliteit van het individu wordt in het predikaat uitgedrukt, maar is geen garantie voor een goed veulen.” Emmy:”Maar aan de andere kant vinden we absoluut belangrijk dat de kwaliteit gewaarborgd wordt en via de selecties door het stamboek wordt dat zeker gedaan. Ik ben alleen wel eens met het stukje dat onlangs in De Paardenkrant stond over het doorsturen naar de tweede bezichtiging, dat het KWPN soms roomser dan de paus wil zijn. In de wereld van de paarden is dat internationaal gezien niet goed. We hebben een fantastisch stamboek, supersterk, maar je moet ook een beetje flexibel willen zijn. Of je nu 90 hengsten aanwijst of 150, die 60 mensen met hengsten die de tweede bezichtiging zeker niet doorkomen maak je alleen maar hartstikke gelukkig. Want die verkopen die paarden gewoon lekker na de tweede bezichtiging.”
(Bron: Nicole Rietman-Reijn in IdS nr.2 2007)
|
|